Vallen met fietsen

Stoere ervaren wedstrijdrenners hoor je het regelmatig zeggen, en ongetwijfeld heb je het zelf ook wel eens gehoord: “Als je wedstrijden fiets moet je accepteren dat je minimaal één of twee keer per seizoen op de grond ligt” Alleen die uitspraak al hield mij in het verleden ver weg van clubkampioenschappen en lokale rondjes om de kerk.

Alhoewel ik zelf al jaren fiets was mijn eerste echte valpartij vorig jaar in de Trois Ballons van 2015. Een Cyclo van 212 km door de Vogezen in Frankrijk. Alhoewel mijn elleboog hevig bloede zat ik na het goedleggen van mijn ketting binnen 30 seconden weer op de fiets. Van de stoere mannen had ik namelijk begrepen, dat je altijd eerst aan de fiets denkt, zo snel mogelijk weer op de fiets stapt en daarna de schade aan het lichaam gaat inspecteren.

Afgelopen zaterdag nog kroop ik door het oog van de naald toen ik tijdens een trainingswedstrijd net een serieuze valpartij wist te ontwijken. Vandaag had ik minder geluk, ik was nog geen kilometer van huis. Net over de IJsselbrug van Zutphen zag ik het stoplicht op groen staan. Omdat ik de tred er lekker in had wilde ik nog snel even het stoplicht halen. Ik sneed behendig een stukje af over de weg, hing mooi in de bocht. En daarna een klap, een schuiver van enkele meters en ik lag voor de voeten van een geschrokken tiener.

Die milliseconden dat ik daar over het asfalt gleed en het schrapende geluid hoorde afkomstig van mijn bolide in aanraking met het asfalt, kon ik alleen maar denken: “Shit mijn fiets!”

Hadden die stoere mannen toch gelijk.

GEEN REACTIES

LAAT EEN REACTIE ACHTER